Naar homepage

Welke onderzoeken zijn er ?

Het radiologisch onderzoek

Radiologisch onderzoek van whiplashpatiënten levert meestal weinig op. Letsels aan gewrichtsbanden en spieren zijn nu eenmaal moeilijk op te sporen. Dat veroorzaakt nogal eens problemen met de verzekeringsmaatschappij. Met het argument dat er geen objectief meetbare klachten zijn, probeert deze de uitbetaling af te wimpelen.

Het lichamelijk onderzoek onmiddellijk na het ongeval is dikwijls volledig normaal.

Soms bestaan er spasmen van de nekspieren, wat eventueel gepaard kan gaan met een verminderde beweeglijkheid van de halswervelzuil.

Af en toe stelt men een krachtvermindering en abnormale peesreflexen vast in de bovenste ledematen.

Een gedetailleerd radiografisch onderzoek van de halswervels helpt om beenderige letsels, zoals breuken en ontwrichtingen, uit te sluiten. Enkele weken na het ongeval kunnen ‘dynamische’ opnamen, waarbij de nek maximaal geplooid en gestrekt wordt, voor bijkomende informatie zorgen.

Meestal levert een dergelijk onderzoek geen sluitend bewijs. Integendeel zelfs, als sporen gevonden worden van ‘degeneratieve’ verschijnselen die eerder het gevolg zijn van veroudering, wordt dit vaak aangegrepen als argument om te zeggen dat de klachten worden veroorzaakt door artrose en niet door het ongeval.

Het EMG onderzoek

Een elektromyogram (EMG) meet de elektrische activiteit van de zenuwen en de dwarsgestreepte spieren. Het is een goed technisch hulpmiddel om echte zenuwletsels, die oorzaak zijn van radiculaire pijn en paresthesieën, objectief aan te tonen.De resultaten van dit onderzoek kunnen echter volledig normaal zijn ook al voelt het slachtoffer toch erge klachten.

Het EG onderzoek

Het elektro-encefalogram (EEG) meet de elektrische activiteit van de hersenen. Bij 1 op de 2 whiplashslachtoffers is de elektro-encefalogram gestoord, maar de afwijkingen zijn niet typisch voor een whiplash.

De CT scan

Met een computertomografie (CT-scan) of een kern-spintomografie (NMR-scan) kunnen soms scheurtjes aan de gewrichtsbanden en bijkomende letsels aan de tussen-wervelschijven aangetoond worden. Zelfs wanneer deze gesofistikeerde onderzoeken negatief zijn, mag men een whiplashsyndroom niet uitsluiten.
Het gevolg is dat maar aan een zeer beperkte groep een geringe graad van blijvende ongeschiktheid toegekend wordt. Het slachtoffer voelt zich daardoor dikwijls miskend.

Het endocrinologisch onderzoek.


Raadpleeg ook het medisch gedeelte van onze kennismakingsbrochure voor andere mogelijke onderzoeken zoals bijvoorbeeld het endocrinologisch onderzoek.

Het QEEG onderzoek.


Kwantitatief EEG is een methode, waarbij we o.a. kunnen zien of er sprake is van afwijkingen in de mate waarin de verschillende hersengolven aanwezig zijn en in de mate waarin gebieden in de hersenen met elkaar samenwerken. Ze gaan de verschillende golven apart bekijken en de bron lokaliseren en kijken waar er in de hersenen iets mis loopt. Via bronlakalisatie wordt een spectraalanalyse gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn oorsuizen (tinnitus graad 1) en een zwaar hersentrauma (Traumatic Brain Injury). Met nieuwe behandelingen tracht men dit in orde te krijgen.
Bron: AXXON/exclusief ledeneditie december 2013